Je kiest een bestaand verhaal en vertaalt de belangrijkste gebeurtenissen
naar een eigen reeks illustraties.
Tekst en beeld vormen samen een herkenbaar verhaal.
20 SLU
Totale studielast
7 pagina's
1 omslag + 6 illustraties
A4
Alle pagina's
Techniek
Zwart-wit + kleur
Wat wordt er van je verwacht?
Kies en lees één van de aangeboden verhalen.
Kies zes belangrijke fragmenten waarmee je de grote lijn van het verhaal vertelt.
Onderzoek in je dummy compositie, sfeer, personages en vormgeving.
Maak zes geïllustreerde pagina's in zwart-wit en één omslag in kleur.
Studielast: 20 SLU.
De graphic novel wordt als één praktijkopdracht beoordeeld.
De opdracht
Een graphic novel is een beeldverhaal
waarin niet alleen gebeurtenissen,
maar ook karakters, gevoelens en gedachten zichtbaar kunnen worden.
In deze opdracht maak je illustraties bij een bestaand verhaal.
Met jouw beelden vertel je de belangrijkste gebeurtenissen
en de grote lijn van het verhaal.
Je maakt:
een omslag in kleur;
zes geïllustreerde pagina's in zwart-wit;
illustraties bij zes belangrijke fragmenten uit het verhaal.
Alle pagina's worden gemaakt op A4-tekenpapier.
Je werk wordt op school gemaakt en je laat regelmatig zien hoe ver je bent.
Voorbereiding
Lees het gekozen verhaal zorgvuldig.
Bepaal welke zes fragmenten belangrijk zijn voor de grote lijn van het verhaal.
Bedenk voor welke doelgroep je de graphic novel maakt.
Verzamel relevante afbeeldingen en inspiratie.
Plak je onderzoek en inspiratiebeelden in je dummy.
Maak meerdere schetsen voor de omslag en de pagina-indeling.
Gebruik voorbeelden als inspiratie, niet als oplossing.
Je mag bestaande illustraties bekijken,
maar tekeningen van anderen natekenen is niet toegestaan.
Uitvoering
Schets de illustraties eerst dun met potlood.
Let op compositie, uitsnede, ruimtewerking
en afwisseling tussen de pagina's.
Werk de zes binnenpagina's uit in zwart-wit.
Gebruik bijvoorbeeld fineliner, zwarte stift,
zwarte verf, Oost-Indische inkt of kroontjespen.
Werk de omslag uit in kleur.
Zorg dat tekst en beeld samen één duidelijk verhaal vertellen.
Waar ga je heen? Zo alleen...
...ik ben niet bang...
en joeg de bonte vlinders na
...de klink vanzelf...
...uitgehongerde roofdier...
zorgeloos Roodkapje
Schudde hij zijn ruige kop
met een krachtige slag